Het doel van deze verordening is het vaststellen van de specifieke maatregelen die op het grondgebied van de agglomeratiegemeenschap moeten worden genomen met betrekking tot de beheersing van afvloeiing, de behandeling en de afvoer van regenwater naar openbare ondergrondse of bovengrondse rioleringsnetwerken. In dit verband wordt het algemene wettelijke kader nader uitgewerkt.
Uittreksel uit het reglement
7- Algemene regels
a) Het is verboden om regenwater aan te sluiten op de riolering of op een onafhankelijke riolering.
b) Een eventuele toename van de afvoer als gevolg van nieuwe waterdichting (oprichting of uitbreiding van bestaande gebouwen of infrastructuren) moet worden gecompenseerd door de installatie van regenwateropslagsystemen op het perceel (infiltratie- of retentiebekkens) of andere alternatieve technieken*.
Nieuwe waterdichting moet worden gecompenseerd met 130 liter/m². (minimaal) met een maximale lekkage van 50 l/s per hectare waterdichting.
Als infiltratie niet mogelijk is (of als de infiltratiesnelheid onvoldoende is) en er geen afvoer is, kan diffuse verspreiding worden overwogen met een gereguleerde hoeveelheid van 5 l/waterdichte hectare, op voorwaarde dat de gemeente hiermee akkoord gaat.
Het retentievolume dat in dit geval gebruikt moet worden is : 170 l/m² waterdichting.
c) Het opgeslagen volume moet met voorrang worden geleegd door infiltratie en mag niet verbonden zijn met het openbare netwerk.
d) Voor bouwvergunningen waarbij bestaande gebouwen worden gesloopt, moet bij de dimensionering van de constructies rekening worden gehouden met alle waterdicht gemaakte oppervlakken van de landeenheid, ongeacht de mate van eerdere waterdichtheid.
e) In het geval van gegroepeerde stadsontwikkelingsprojecten (woonwijken, ZAC's, enz.) moeten de opslagvoorzieningen door het hele project gedeeld worden om opslag op elk perceel te vermijden. Opslagfaciliteiten die als onderdeel van een verkavelingsvergunning worden aangelegd, moeten gedimensioneerd zijn voor de rijweg en voor de totale waterdichte oppervlakken die waarschijnlijk op elk perceel zullen ontstaan.
* Alternatieve technieken vullen conventionele rioolstelsels aan of vervangen ze. Hun belangrijkste functie is het beperken van piekstromen stroomafwaarts om concentratie van water in verzadigde netwerken te voorkomen:
- door infiltratie als de bodem gunstig is en buiten stroomgebieden,
- door tijdelijke opslag van regenwater, waarna het met een gereguleerde doorstroming wordt teruggevoerd naar het stroomafwaartse netwerk (verzamelriolen, goten, greppels …) indien infiltratie onmogelijk of verboden is,
- door tijdelijke opslag en infiltratie te combineren.
In de bijlage bij de verordening wordt een niet-uitputtende lijst van opslagtechnieken op perceelniveau gepresenteerd: afwateringsput, greppel, afwateringssleuf, wateropvangend dak, poreuze bodems, opvangweg…

